Veldmedewerker Tygo aan het woord
“Als je iets niet weet, neem het op en upload het. Ik zie het als een leermoment.”
Veldmedewerker Tygo aan het woord
Voor Tygo de Munck is dit zijn eerste seizoen bij Teia als veldmedewerker, waarin hij vleermuis- en gierzwaluwonderzoek uitvoert. Met zijn roots in Zeeland en een flinke rugzak aan ecologische kennis: eerst Toegepaste Biologie aan de HAS in Den Bosch, daarna een master in Wageningen.
Zijn interesse in de natuur begon al op het schoolplein, waar hij liever bladerhopen voor egels bouwde dan naar de leerkracht luisterde. Die interesse bleef maar groeien en groeide via biologielessen, stages en scripties uit tot een duidelijke koers richting ecologie.
We vroegen hem naar zijn ervaringen van het afgelopen seizoen: hoe hij bij Teia terechtkwam, hoe het was om voor het eerst het veld in te gaan, en wat hem is bijgebleven.
Op zoek naar de juiste opleiding
Mijn interesse in de natuur begon eigenlijk al op jonge leeftijd. Tijdens de lessen zat ik regelmatig naar de vogels buiten te kijken. Toen bij het vak biologie onderwerpen als ecologie en natuur aan bod kwamen, werd het voor mij steeds duidelijker dat ik iets met natuur wilde doen.
Ik heb de opleiding Wildlife Management in Leeuwarden bekeken, maar die opleiding leek sterk gericht op het werken mét mensen voor dieren. Ik wilde juist graag met dieren werken. Zo kwam ik in Den Bosch terecht bij de opleiding Toegepaste Biologie. Daar kon ik kiezen uit verschillende specialisaties, waaronder ecologie.
Ik had niet van jongs af aan mensen in mijn omgeving die veel kennis hadden van natuur en ecologie. Ik heb die kennis grotendeels zelf opgebouwd, maar zo ontwikkelde ik steeds meer specifieke kennis die ik nodig had om mezelf uiteindelijk ecoloog te kunnen noemen.
Na de HAS voelde ik me nog niet helemaal klaar om direct het werkveld in te gaan. Daarnaast vond ik het onderzoek dat ik tijdens mijn opleiding had gedaan ontzettend interessant. Daarom besloot ik me daar verder in te verdiepen en een master te volgen aan Wageningen University & Research. Ik wilde niet volledig de wetenschappelijke kant op, maar de balans houden tussen zelf in het veld staan, data verzamelen en onderzoeken, en van daaruit een onderzoeksrapport schrijven met beheeradviezen.
Werken bij Teia
Na mijn studie ben ik teruggegaan naar Zeeland, waar al mijn familie en vrienden wonen. Via stages wist ik al dat er in Nederland veel te doen is rondom de bescherming van vleermuizen, dus toen ik de vacature voor veldmedewerker vleermuis- en gierzwaluwonderzoek voorbij zag komen solliciteerde ik meteen. Een vriend van mij had er ook al gewerkt, dus ik kende Teia al van naam.
Wat me nu vooral aanspreekt zijn de vliegrouteonderzoeken. Daar gebeurt altijd iets, en daar leer ik het meest van om soorten van elkaar te onderscheiden. Bij de reguliere onderzoeken vond ik dat in het begin best lastig, maar op de vliegroutes vliegen en foerageren vaak meerdere soorten door elkaar heen. Dan moet je echt scherp luisteren: is dit een gewone dwerg die toevallig snel roept, of toch een water- of meervleermuis? Het is dan erg leuk om de opnames op te sturen en te zien of je het bij het juiste eind had.
Mijn eerste keer het veld in
De opleiding bij Teia vond ik heel goed opgezet, ik was positief verrast door het niveau van de kennis die werd gedeeld. Ook voor mensen zonder ecologische achtergrond blijkt het niveau begrijpelijk en leerzaam, met duidelijke voorbeelden en geluiden.
Maar de eerste keer dat ik echt in het veld stond, was alsnog ontzettend spannend. Ik was wel bang om fouten te maken, verkeerde soorten te identificeren of dingen te missen. Al vrij snel merkte ik dat ik mezelf veel te veel druk oplegde. Zodra je iets niet weet gewoon opneemt en opstuurt, is er niks aan de hand: dan doe je precies het juiste.
Vanaf het begin was ook duidelijk dat het niet erg is als je er een keer naast zit, alle data wordt gevalideerd en zo kan je er ook van leren. Dat is ook het advies dat ik zelf zou geven aan iemand die voor het eerst het veld in gaat: neem alles wat je niet zeker weet gewoon op, upload het, en zie het als een leermoment.
Wennen aan de nacht
Werken op nachtelijke tijden was voor mij helemaal nieuw. Vooral de ochtendrondes vielen in het begin zwaar. Om twee uur ’s nachts uit bed komen en daarvoor proberen nog te slapen, dat lukte niet altijd. Mijn vader werkt zelf ook wel eens ’s nachts en gaf me een gouden tip: plan zulke diensten een paar dagen achter elkaar in plaats van los. Dat heeft echt geholpen.
Het is gebleken dat ik meer een avondmens ben. Ik vind het geen probleem om ’s avonds te beginnen en pas rond één uur ’s nachts klaar te zijn.
Een bijzondere ronde
Mijn allereerste vliegrouteonderzoek is me het meest bijgebleven, en is tot nu toe ook mijn succesvolste geweest: samen met een collega telden we 62 gewone dwergvleermuizen die over de route vlogen. We kwamen erachter dat een groot deel bij een stuk kanaal afboog, om via het kanaal verderop weer bij de route aan te sluiten. Dat was natuurlijk heel leuk om te zien en te horen. Het onderzoekende aspect vond ik daarbij misschien nog wel het leukste.
Een andere kijk op natuurbehoud
Ik was altijd iemand die het liefst bezig was met ‘wilde natuur’. Door mijn werk bij Teia ben ik veel meer in aanraking gekomen met soortenbescherming in bewoond gebied, en dat is eigenlijk de kern van veel van onze onderzoeken. Ik realiseer me nu pas goed hoe belangrijk bewoond gebied kan zijn voor diersoorten, en hoe belangrijk het is om dat zoveel mogelijk te behouden of maatregelen te treffen zodat dieren er gebruik van kunnen blijven maken. Dat is echt een eyeopener voor me geweest.
Ik heb vooral op het eiland Tholen gewerkt, wat voor mij alsnog zo’n 40 tot 50 minuten rijden was. Stiekem vind ik het jammer dat ik nog niet via Teia in Zeeuws-Vlaanderen heb gewerkt. Daar zitten plekken met grootoorvleermuizen, een bijzondere soort om aan te werken.
Een druk najaar
Het najaar ziet er goed gevuld uit, ik heb rondes in Oostvoorne, Moerdijk en Rotterdam. Het is allemaal best verspreid, maar valt nét binnen een uur reistijd. Dus dat is prima te doen.
De blik vooruit
Ik was oorspronkelijk van plan om na mijn master een PhD te gaan doen. Dat is uiteindelijk door omstandigheden niet doorgegaan. Daardoor ben ik nu langzaam aan het kijken naar een fulltime baan.
Ik zou het liefst projectmatig bezig zijn met natuurbehoud of natuurbeheer. Bijvoorbeeld onderzoek doen naar een diersoort: waar leeft de soort, welke omstandigheden heeft hij precies nodig en wat weten we daar nog niet over? Vervolgens wil ik kijken hoe we die kennis kunnen gebruiken om die omstandigheden te verbeteren.
Mocht ik volgend jaar nog geen fulltime baan hebben gevonden, dan pak ik het veldwerk bij Teia zonder twijfel weer op. Ik zou het werk bij Teia ook zeker aanraden aan anderen. Ik heb inmiddels meerdere keren met mensen gesproken die zich afvroegen wat wij in het veld aan het doen waren. Ik heb dan uitgelegd wat voor onderzoek we uitvoeren en waarom. Daar kwamen regelmatig positieve reacties op.
Wat ik in ieder geval meeneem naar de toekomst, is dat ik veel zekerder ben geworden in het maken van praatjes met mensen in het veld en uitleggen waar ik mee bezig ben. Vroeger vond ik dat soort dingen nog spannend, zeker in een formele setting met presentaties voor gemeentes of organisaties. Nu mensen gewoon op me afkomen tijdens het veldwerk, is dat een stuk laagdrempeliger geworden, en dat ga ik zeker in mijn achterhoofd houden bij toekomstige presentaties. Daar zitten ook gewoon mensen die geïnteresseerd zijn in mijn verhaal!